English
    
Startpagina
     
Contacteer ons
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

 

 

 

 

 

Algemeen reisverslag Kenya-reis van 8 - 17 oktober 2007

Eerste dag: 8/10/2007

6uur 20. De wereld was nog in het duister gehuld als de wekker ging. Een dag die nog niet begonnen was en anders zou worden dan de andere. Het morgenritueel verbroken.

Ik zette koffie in de keuken. De poes op hotel. Nog een zorgzame blik. Alles in orde?

Tijd voor de trein van 6u34 richting Zaventem. De eerste rit van een lange reis.

In de vertrekhal is het uitkijken naar de incheckbalie. Nee, niet hier! Leo gaat navragen. ”Met welke maatschappij vlieg je?", vraagt de vriendelijke hostess. De naam van de maatschappij (Brussels Airlines) ontgaat Leo op dat moment, een gaatje. Geen zorg, het vroegere Sabena! Een flater! De hostess had meer kennis van zaken verwacht.

Ondertussen is het gezelschap uit Torhout gearriveerd. Een aangename kennismaking, vooral nicht Ria krijgt een knuffel. Een jaar geleden werden de plannen bij haar thuis gesmeed. Nu staan we hier samen allen reikhalzend naar het nieuwe.

Het inchecken gaat snel. Nog een versterking en naar B5. Een opgewekte vroege vogel brengt ons een eind weg. De morgen is vrolijk. Vertraging is een woord dat niemand graag hoort bij vertrek. De mist is spelbreker. Het wordt 13uur in plaats van 10uur 40. Maar geen grote zorgen. De piloot belooft wat meer gas te geven en sneller te vliegen. Een vlucht van 8 uur over Zwitserland met zijn sneeuwtoppen, Malta, Sicilië en de woestijnen.

De piloot is een neef van Filip, een van onze reisgenoten. Wat een toeval. Als bevoorrechte toeristen kunnen we een kijkje nemen in de cockpit van de Airbus 330. Hoe klein! Deze kleine wereld met zijn meters en instrumenten brengt 160 passagiers hoog in de lucht naar hun bestemming. Vanuit deze kleine kamer zie je niet veel van de wereld die onder je doorschuift. Je ziet de hemel en als je recht staat en voorover buigt de zandvlakte van de Sahara. We bedanken onze piloten. Het ziet er saai uit in een dergelijk hokje.

Onze magen knorren. De lunch is ook verlaat. Vis met pasta, erg gekruid, het smaakt.

We kruiswoordraadselen, zoeken een slaapstek uit achteraan. Er zijn weinig passagiers, plaats genoeg.

10uur 15. Een zachte landing op Nairobi-vliegveld, Jomo Kenyatta. Alles verloopt vlot. We betalen 50 euro voor ons visum en wisselen dollars of euro’s in Kenyaanse Shillingen. Met 2 dollar per dag komen we rond. Toegangsticketten, maaltijden, alles is inbegrepen. Heel comfortabel. Peter, de grote reisorganisator loodst ons naar de auto’s die ons verder naar het hotel La Mada brengen, waar we overnachten. ’s Anderendaags zullen we doorrijden naar Nakuru.

Peter is een West-Vlaming, een rustige veertiger die al 12 jaar in Kenya woont, hier getrouwd is en safari’s organiseert. Veel Engelsen, Duitsers ook Japanners bezoeken deze parken. Kenya leeft van de toeristen. Het toerisme zorgt ervoor dat de natuur hier behouden wordt. Voor hoelang? In Oost-Afrika is er nog een weelde aan dieren terwijl er in West-Afrika niets meer overblijft.

Frie Carton

Tweede dag: 9/10/2007

Nairobi - Nakuru, Bewolkt… Regenachtig

Na een korte nachtrust in het La Mada hotel nemen we een stevig ontbijt want we hebben een lange rit voor de boeg. Gezellig op het terras genieten we van een lekker ontbijtbuffet waarbij de vogelaars ons enige uitleg geven bij het aanschouwen van onze eerste vogeltjes in alle kleuren. Peter legt nog even het programma uit en geeft aan iedereen ook een vogelgids mee zodat we kunnen noteren waar we de verschillende soorten vogels hebben kunnen waarnemen. Na het inladen van onze bagage vertrekken we om 8u30 richting Nakuru.

We zijn nog maar goed en wel vertrokken en we komen al Keniaanse toestanden tegen op de weg. Er is namelijk een vrachtwagen over een brug gesukkeld. Op de hoofdweg van Nairobi is het een drukte van jewelste. Vooral op de ronde punten is het een mierennest. Ik zou hier niet graag rijden denk ik bij mezelf   (maar dan weet ik nog niet dat ik hier 10 dagen later zelf mijn rijkunsten moet tonen). Onderweg zien we ook prachtige kleurformaties van bomen zoals de Jacaranda’s, Bougainvillia’s en veel andere soorten. Een beetje buiten Nairobi, namelijk in Gigiri, komen we zelfs de Belgische ambassade tegen. Hier logeren ook de VN soldaten waarvan het hoofdkwartier zich in Nairobi bevindt.

Ongeveer 30km verder komen we in het dorpje Limuru. Hier stoppen we eventjes aan een moeras waar de vogelliefhebbers hun kennis kunnen toepassen.  Vooral Philippe en Ria die er veel van weten helpen mij een beetje. Met mijn beperkte kennis over vogeltjes (a bird is a bird) heb ik toch een Heilige Ibis kunnen onderscheiden. We wanen ons terug in Belgie want het is hier mistig, regenachtig en fris. Nadat we bijna onderkoeld zijn besluiten we dan maar om verder te rijden. Vanuit Limuru (hier worden de BATA schoenen gemaakt) nemen we de A104.

Links hebben we een magnifiek uitzicht op de Rift Valley. Dit geologisch fenomeen wordt de Great Rift Valley of East Africa genoemd ofwel de Oost-Afrikaanse Slenk. Over een lengte van 6000km van Mozambique tot de Dode Zee, brak miljoenen jaren geleden de aardkorst open, waardoor een 700m diepe kloof overbleef die op bepaalde punten 300km breed is. In Kenia liggen in deze vlakte een hele reeks meren zoals o.a. het Nakurumeer, het Naivashameer enz.. Sommige van deze meren zijn zout (alkalisch) of zoet.

Een beetje voorbij Naivasha lassen we nog even een tussenstop in waar we een prachtig uitzicht hebben op het meer. Hier worden we ook aangeklampt door de eerste verkopers van souveniers. Katrien Vanneste ruilt hier een stylo voor een hangertje. Vanaf hier verandert de begroeiïng constant. Dit gaat van groen naar dor landschap. In ons busje worden de eerste wow kreten geslaan wanneer we de eerste wilde dieren tegenkomen zoals elanden, zebra’s, impala’s en bavianen.

Vanaf Gilgil worden de wegen er niet beter op (In dit dorp bevindt zich ook een grote militaire basis). Onze longen worden nl 1uur op de proef gesteld door het vele stof dat we moeten slikken. Dit stuk weg is ongelofelijk (en dan overdrijf ik nog niet) vol met putten. John (onze chauffeur) moet voortdurend uitwijken of met volle kracht remmen. Onze ingewanden worden danig op de proef gesteld en ik ben dan ook blij als we een poosje later even een frisse neus kunnen halen.

Tussen Gilgil en Nakuru komen we ook nog het Elementaita-meer tegen. De begroeiïng neemt hier terug andere vormen aan zoals vetplanten, cactussen en aloe vera’s.

Om 14u30 komen we uiteindelijk aan in het Maila Saba Camp in Nakuru. We hebben hier een prachtig zicht op de krater. Bij onze aankomst worden we hartelijk welkom geheten en verdelen we de hut-tenten waarna we na een korte opfrisbeurt genieten van een lekker 3-gangen menu. Een slaatje, hoofdgerecht (waarbij keuze tussen biefstuk patat, vis met rijst of vegetarische pasta) en voor de liefhebbers een banana split die door niemand wordt geweigerd.

Nu we terug de nodige vitaminen binnenhebben starten we een wandeling in de Menengai Crater (2278m). De enorme krater heeft een diameter van 12km en is tot 300m diep. De krater kreeg zijn naam Menengai (plaats van de lijken) na een veldslag in de tweede helft van de 19de eeuw waarbij Masaikrijgers leden van een andere Masai stam over de rand in de afgrond wierpen.

Voor we vertrekken kregen sommigen een paraplu mee maar door de hevige wind bleef van de paraplu’s niet veel meer over. Frie was bijna met paraplu en al weg. We zien hier veel soorten vogels waaronder prachtige formaties flamingo’s die overvliegen. Na enig zoekwerk met de verrekijker zien we ook nog een paar luidruchtige bavianen en voor de plantenliefhebbers is er ook wat wils. Bij deze wandeling worden we begeleid door Michael (een vogelspecialist die de rest van de reis met ons zal meegaan) en Peter (voor alle duidelijkheid niet onze Vlaming) die voortdurend de r met de l verwisselt in zijn Engels. Ik versta er dan ook bijna geen jota van, maar ik ben al blij dat ik de enige niet ben. Na een paar uitschuivers van Ria en ik natuurlijk komen we beneden aan in de krater. Onderweg zien we ook nog hoe ze houtskool aanmaken. Onze gidsen porren ons aan om ons een beetje te haasten (tuendelee=laten we gaan) zodat we voor het donker terug zouden zijn. Terug in ons Camp nemen we een lekkere douche en steken we onze voetjes onder tafel voor het avondmaal (soep, lamsvlees met dauphinepattatjes of kip met groentjes of groentjes met rijst in kokosmelk met currysaus). Het was een zeer lekkere maaltijd waarna we nog eventjes blijven nakeuvelen rond het haardvuur en daarna moe maar voldaan proberen we in het pikdonker onze slaapplaats te vinden.

Uitspraak van de dag!!!    Onze gids sprak over een “baboon” en Marian vroeg: ”welk soort vogeltje is dat?"

Katrien Vandenbroucke

Derde dag: 10/10/2007

7.00h ontbijt:

  • passievruchtensapje

  • bordje gezond : ananas, watermeloen, mango, papaya en, nieuw voor velen onder ons, boomtomaat. Van buiten een soort tomaat, van binnen leek het een kruising van tomaat en passievrucht. En Peter vraagt zich af waarom ze die een boomtomaat noemen, het groeit aan een struik?!?!

  • kiezen tussen een torentje wafels met banaan of spiegelei met worstje

  • vergezeld met thee, melk of koffie, 'instantcoffee' want er is geen elektriciteit om die koffiemachine wakker te maken...

En alles wat gezegd wordt, wordt dubbelzinnig opgevat, alles staat recht, de boter staat recht, het fruit staat recht, de wafels staan recht in een torentje, en ook het worstje moet recht staan, en “t lukt nog ook !!!

Ik zit op 'n minder praktische plaats aan tafel, waar 2 niet-gelijke hoogtes van tafels naast elkaar staan, en zodoende staat mijn bord te wankelen!! Tja, niet uitgebalanseerde voeding....


8.00h vertrek naar LAKE NAKURU nationaal park

Druk verkeer van camions, bussen groot en klein, jeeps, ezelskarren, fietsers en voetgangers die geluid, stof en uitlaatgassen veroorzaken; nu en dan zelfs een koe of kip op straat. Parallel met de weg is een spoorlijn en we zien een goederentrein passeren. In 't stadscentrum van Nakuru zijn er fietstaxi's: een gewone fiets met een kus op 't staontje, en zittend op 't staontje wordt je gevoerd naar bestemming!!

In de jeep van Peter wordt er wat gekoet over het onderwijs in Kenia: er zijn publieke scholen en privaatscholen, kinderen mogen naar school vanaf 3 jaar en er wordt les gegeven in 't Engels.

 

9.00h Lake Nakuru National Park

We komen aan in een oase van rust, die klanken van de natuur, neusprikkelend die geur van het bos, hier geen zwerfvuil meer dat brand op ons netvlies!!

En onze vogelaars zien ze meteen vliegen!! Ook al vind Katrien VDB dat, A bird is a bird.

Een kleine opsomming van de geziene vogels:

  • mierenetertapuit

  • parelhoentjes

  • scharrelaar

  • maraboe

  • hop

  • visarend: witte kop, zwart lichaam

  • kuifarend

  • Heilige ibis

  • steltlopers

  • kleine zilverreiger

ook een nieuw ontdekte vogelsoort: de rose ooievaar?! Euch, katrien VDB, bedoel je de rose flamingo??

En die rose flaming krijgt natuurlijk een heel aparte vermelding, want ze zijn er met duizenden aanwezig aan de rand vh meer en laten diepe indrukken na op al onze zintuigen. Als muziek klinken ze, een mix van hun getatter en geflapper, het geluid van opstijgen en landen in 't water. De geur van zout water. De lichtrose kleur van 1 flamingo, maar als landschap een roze lint tussen Nakuru-meer en 't vaste land. Ze voeden zich met planten en dieren in 't ondiepe water. Nu en dan een gratis dansvoorstelling van een groepje flamingo's. Een fris windje brengt onze huid verfrissing terwijl de zon brandt op ons hoofd.

We worden er stil van...

Naast die massa flamingo's ook pelikanen die zo elegant over 't water vliegen, grijskopmeeuwen die ook hun maag willen vullen, aalschovers op de vis-uitkijk vanop een dode boomstronk, maraboes zijn er ook maar die vind ik niet bepaald moeders mooiste onder de ooievaars,...met andere woorden, ik vind die lelijk.

Terug busje en jeep in om groot wild te zien. Rothschild-giraffen die acasia-blaadjes opeten. Zo'n 20 witte neushoorns op verschillende plaatsen in 't park. Zelfs een gezinnetje: papa-neushoorn met mama-neushoorn en bebe-neushoorn. De toeristen staren die enorme beesten aan, en de neushoorns staren ons aan. Ook 1 zwarte neushoorn gezien, maar die hield niet van toeristen.

Elanden, impala's, Thompson's-gazelles, Grant's-gazelles, 1 waterbok en dikdiks wonen ook graag in dat park. Dikdiks zijn trouwens de kleinste van alle antilopen, ze worden niet groter dan 50 cm hoog. De elanden zijn ze grootste onder die soort.

Ook buffels, alleen of in groep, waren vd partij; ook enkele wrattenzwijnen; zebras; ...

Het hotel had een heerlijke pichnick voor ons bereid die we verorberen aan een panoramisch punt. De bavianen zijn onuitgenodigd ook aanwezig  en vinden dat zij ook recht hebben op meegebracht voedsel.

In de namiddag leert Peter ons 't verschil tss de 2 soorten flamingos: kleine flamingos hebben een volledig zwarte bek, terwijl de grote flamingo een roze bek hebben met zwarte punt. In Nakuru zagen we vooral de kleine flamingos.

En genieten ook nog van een andere voorstelling: pelikanen die in groep vissen. Ze vormen een soort trechter om de vis samen te drijven en dan duiken ze allemaal tegelijk water in om de vis te pakken. Dan steken enkel hun konten boven water. En dat herhalen ze zolang, tot ieder een volle maag heeft.

Nijlpaarden verblijven er ook, we zagen geen levende, wel een dode die in't water dreef. Twee parkopzieners trokken hem een beetje naar de oever, maar konden verder niets doen met het kadaver. En stinken dat het dode beest deed!! Aammaaii!!

In't vlakke gedeelte van het park zien we vooral acasia-bomen, in de namiddag rijden we langs een helling waar ook Euphorbias groeien, nl de kandelaar-euphorbia. Ze zien er niet zo gezond uit en velen liggen dood op de grond... . Jammer.

Langs een rustig weggetje zien we enkele apen in een boom zitten, 't zijn de black-faced-velvet monkeys, ook 'de aap met de blauwe ballen' genoemd. Tegen de voorschriften van 't park gooien we enkele druifjes voor ze, en ze vinden ze lekker!!

Om 16.40h staan we aan de uitgang van 't park en om 17h15 zijn we terug in de lodge. In't totaal deden we 73 km vandaag.

In onze tent vond ik een verdwaald jong vogeltje, volgens de vogelaars een gestreept zaadetertje. De bezorgde ouders melden luidkeels hun vermiste jong, dus gaven we 't jong maar snel terug.

Om 19.00h drinken we een Tusker-biertje in de hoofdtent rond een open haardvuur dat veel te warm is! En we ontdekken een lekker aperitiefhapje: brood met boter en zout en zwarte peper... heerlijk. Bij het avondeten herhalen we nog wat Westvlaamse woordenschat:

  • vromens   vrouw

  • klappn of koetn   spreken

  • tis e rute ut tus en oet rint, rint drin   er is een venster uit 't huis en als 't regent, regent het erin

  • keirdekeir were   backslash

  • me wuf is nie tus   mijn vrouw is niet thuis

  • en de vervoegingen van de werkwoorden ja en neen...

en we sluiten een geslaagde dag af.

Marian Vanneste

Vierde dag: 11/10/07

’s Morgens bij het laatste ontbijt in ons tentenkamp “Mali Saba” hoorden we iemand zeggen: “A dirty mind is a joy forever”. Zou dat de leuze van de dag zijn? Enfin, na uiteenzetting van onze gids Peter kregen we een 1.5 min voor een vlugge plas zodat we om 8.30u. konden vertrekken richting “Crescent Island, Lake Naivasha”.

Van een hobbelige weg gesproken… Je kunt je ogen niet geloven wat we onderweg allemaal te zien kregen. Mensen die leven op straat tussen open riolen. Koeien, ezels, geiten, schapen, alles loopt over de weg en tussen de mensen, een echte vuilnisbelt. Plots flitst er een auto voorbij waarop vermeld staat “Jezus is Lord”, blijkbaar een radioprogramma. Op de spoorlijn tuft een goederentrein voorbij nadat eerst mens en dier van de sporen verjaagd zijn. Rond 10 u zien we een buizerd het luchtruim verkennen. Voor we aan Lake Navasha aankomen bezoeken we eerst nog een tent waar inlandse spullen kunnen gekocht worden. Maar wees op je hoede voor de vraagprijs. Afdingen zit er dan ook dik in en daar is commerçante Katrien Vdb een krack.

Aangekomen aan de Lake konden we onze ogen niet geloven wat betreft de mooie tuin en het meer. Na eerst het domein bezichtigd te hebben konden we onze kamers innemen. Voor lunch was er het koud buffet en het liet zich smaken.

Na de middag vertrokken we naar het “Crescent Island” waar onze groep werd gesplitst in vogelaars en wilde dieren. Het aantal vogels dat we er zagen is niet op te noemen en hun namen is specialistenwerk, maar het was impressionant te horen hoe stil de stilte kan zijn en hoe doordringend de dierengeluiden kunnen klinken.

Rond 18.15 u. kwamen we terug aan onze lodge waar we onze dagelijke koffiepauze hielden.

Na de uitleg over het programma voor morgen door onze gids Peter konden we terug aanschuiven voor het buffet. We beleefden een wondermooie dag en met lieve mensen om ons heen. Zo konden we de heldere sterrennacht ingaan naar dromenland toe.

Rafiki Josiane (moetje) Vermeire

Vijfde dag: 12/10/2007

6 uur 30. Opstaan.

7 uur. Buffetontbijt. Gisterenavond ontdekten we enkele waterbokken op het gazon van het hotel. Volgens ingewijden durven er ook wel eens ’s nachts nijlpaarden op visite komen. Bij ons is het al een gebeurtenis als we een nachtelijke egel tegenkomen ...

Peter Huysman: ‘Sociale zekerheid bestaat hier niet in Kenia. De familie fungeert als opvangnet. De kwalijke kant van het systeem is wel dat sommigen durven parasiteren op de welstand en de energie van anderen.'

8 uur 20. Start naar Hell's Gate. Vroeg in de morgen is het hier nog goed fris. Het valt op, we zitten toch wel aan de evenaar...?

Tijdens onze tocht naar Hell's Gate komen we voorbij reusachtige kassen. Ik schat dat deze serres wel 50 hectare beslaan. De Kenyanen kweken hier rozen, die bestemd zijn voor Nederland. Ze worden uitgevoerd naar Aalsmeer, een van de grootste bloemenveilingen van Europa. Veel van onze verse snijbloemen in onze winkels zijn in het buitenland gekweekt - aldus Marian, ons Portugese bloemenmeisje.

Aalsmeer is wereldberoemd door de bloementeelt en vooral de bloemenveiling. De handel is geconcentreerd in de veiling aan de Legmeerdijk. Ook zijn er diverse bloemenexportbedrijven. De veiling - de grootste bloemenveiling ter wereld - is de belangrijkste toeristische trekpleister van Aalsmeer. Aalsmeer grenst aan de Westeinder Plassen (een derde van het Aalsmeerse gebied is water. Los van de watersport, vormen de plassen een waardevol natuurgebied, met opvallende rietzudden en moerasbomen. In de Westeinderplas zijn veel eilanden en eilandjes te vinden. Op de eilanden is plaats voor recreatie en tuinbouw (planten, bloemen en vruchten). Veel eilanden zijn privébezit.

's Zomers kan men er de Historische Tuin Aalsmeer bezichtigen die een beeld geeft van de tuinbouw sinds de 17e eeuw: fruitteelt, boomkwekerij, aardbeienteelt, vormcultuur, trekheesters, buitenbloemen, perkgoed, snijbloemen, potcultuur.

8 uur 30. We komen aan in Hell's Gate. Het wordt een lange wandeling van 9 kilometer doorheen het gebied. Ondertussen lopen de wandelaars tussen de terreinwagens die zich vooraan en achteraan de groep hebben gezet in geval van een onverwachte gevaarlijke situatie. Het geeft ons de kans om rustig rond te kijken in de natuur. De vallei langs één kant afgeboord door loodrechte wanden die doet enigszins denken aan de ‘orgels’ van de Cevennes. Een ongerept afwisselend landschap van grasvelden en boompartijen. Hier grazen een achttal gazellen onbekommerd, wat verder lopen een viertal stevige wrattenzwijnen, een grote kudde zebra’s. Een bont gekleurde bijeneter trekt onze aandacht. Onze gids John wijst op een speciale vogel, de secretarisvogel. Het dier heeft een speciale gang; vooraleer hij vooruit gaat stoot hij zijn klauwen achteruit. Hij valt een slang aan door op het lijf van het dier te dansen totdat het niet meer beweegt. Er zouden ook jachtluipaarden zijn in Hell's Gate, maar ze zijn zeer schuw, zegt John, en ze laten zich niet gemakkelijk zien.

11 uur 15. Een groep bavianen zit daar in het bos te eten. Ze knabbelen aan de wortels van de grassen. Eten bavianen ook geen vlees? Wat verder passeren ons een aantal parelhoenders. De bergwand ziet hier wit van de uitwerpselen van de gieren. Er vliegen er heel wat op en aan. Jammer genoeg zijn onze kijkers niet sterk genoeg om ze goed waar te nemen. Het zouden Ruppell's Griffon-gieren zijn.

12 uur. Aankomst aan het Ranger Station, plaats van de voorziene picknick. Vlak voor ons doemt een grote eenzame monoliet op, indrukwekkend door zijn alleen zijn! In de verte stijgt een witte stoomkolom op, in sterk contrast met het sterke groen van de berghellingen. Volgens Peter zijn het gaten die in de grond geboord werden om stoom uit de aarde te laten ontsnappen, die zou dan gebruikt worden voor turbines die elektriciteit zouden opwekken. Het is dus geen lavabron!

Grote opschudding hier bij de aanwezigen. De bavianen hebben weer hun slag kunnen slaan. Het zijn echte schurken die van de kleinste onoplettendheid gebruik maken om het eten te stelen. Peter stelt een andere picknickplaats voor om ongestoord te kunnen eten.

Een mooie uitkijk – viewpoint – op de diepte van de rivier, leidt ons al springend en kruipend van rotsblok tot rotsblok naar een prachtige canyon, waarvan de wanden doorheen de jaren door het water uitgesleten zijn. Je kunt op een bepaalde plaats duidelijk een breuklijn in de rotswand zien. Aan de andere zijde zien we eenzelfde schuine breuk. Even volmaakt als een meetkundige lijn. Op deze plaats vormen de horizontale rotslagen een cesuur, en zetten zich een meter lager verder door. Een vreemd fenomeen.

Het reliëf van de wanden doet door hun horizontale gelaagdheid enigszins denken aan de forse basementen van de tempels in Siem Reap. Die indruk wordt nog versterkt door de monoliet die boven de canyon uittorent. Het zou een oude tempelruïne kunnen zijn. De kloof eindigt op een ‘cirque’, in de vorm van een halve koepel, Met de nodige verbeelding kan je er een middeleeuwse romaanse apsis in herkennen, een indrukwekkende ruimte.

15 uur. We vertrekken naar het Naivasha-meer. We nemen ditmaal de auto tijdens onze terugweg. We stoten op een aantal buffels en struisvogels. Die hebben we niet gezien tijdens onze morgentrip.

Onze boottocht valt letterlijk in het water. Het regent al maar door. Plassende regen. Na een klein uurtje hebben we het wel gezien. Dit vogelparadijs zal voor een volgende keer zijn. Hoewel! We hebben er een reuzenreiger gezien, een dier van wel een meter hoog, rijzig, statig, roerloos zoals alleen een reiger kan, een prachtig dier. En nog een familie nijlpaarden die verdoken zit onder de waterhyacinten.

18 uur. Tijd om een kopje koffie te drinken en om onze natte veren wat op te drogen.

Leo Vaneven

Zesde dag: 13/10/2007

 3e dag in de Naivasha Country Club.

Afrika ontdekken op safari is nu eenmaal niet voor langslapers en dat mochten we vandaag aan den lijve ondervinden. Reeds om 6 u. repten we ons naar de pier van de lodge waar de grootste ijsvogel ter wereld, naast de snuivende/brullende nijlpaarden en de aalscholvers ons reeds zat op te wachten.

Het uitgebreide morgenbuffet bracht ons op krachten om de zware dag aan te vatten.

Het goed van veren en banden voorziene safaribusje werd gevuld met grootwild-watchers terwijl gids Peter het stuur bedwong. Het andere busje kreeg de birdwatchers.

Na 45 min. bereikten we onze bestemming: “Crater Lake”. Maar eerst moesten we nog een mini-zandstorm trotseren, werd er gestopt om de Marshall Eagle te spotten en werden we wat verder gehinderd door een groep zebra’s die ons pad kruisten.

Reeds kort na de start van de wandeling konden we ons verlustigen in het bekijken van de vele giraffen en zebra’s. De “vogelaars” hadden ook hun handen vol met de verrekijker of fotolenzen buiten formaat om de kleinste pierewitvogel tot de grootste visarend digitaal te vereeuwigen.

Een Masai-herder kwam voorbij met zijn grote kudde vee. Verboden te fotograferen werd ons duidelijk gemaakt, maar toch konden we het niet laten de stoffige troep op beeld vast te leggen.

Op ons wandelpad was een mestkever zwoegend bezig zijn redelijk grote mestbal naar een veilige plaats te rollen waar hij er zijn eieren in zou deponeren. Wat verder vond onze zwarte gids tussen de struiken een kameleonneke dat zich verlustigde in de hete zon. Het was intussen tijd geworden om onze taartdoos boven te halen en onze picknick aan te spreken.

Na de korte pauze trokken we verder rond de kraterrand met de enorme dieptezichten. We bereikten beneden in de krater het kamp waar een frisse “Tusker” een goede dorstlesser was. We zagen een groep franjeapen in de bomen foerageren onder het niets ziende oog van een koppeltje vrijende mensen. De natuur kan toch mooi zijn hé?

Rond 17 uur waren we terug thuis waar er koffiepauze was. Vanaf 18.30 u., als het reeds goed duister was, konden we onder de warme douche het stof van de prachtige wandeldag van ons afspoelen maar de herinnering blijft in ons geheugen gebrand voor hopelijk nog vele jaren.

Na het lekkere avondbuffet en wat napraten over de onvergetelijke dag trokken we rond 21.30 u. op stok want morgen was het terug vroeg dag.

Rafiki Roland (vintje) Detailleur

Zevende dag: 14/10/2007

Voor een zondagmorgen staan we toch extra vroeg op en ontbijten om 7u. En we zijn niet alleen, zoveel volk vroeg uit de veren. Er staan ook veel valiezen aan het onthaal van Lake Naivasha Country Club. En nu er voor zorgen dat elk zijn of haar valies mee heeft en dat we geen enkel andere toerist zonder vers ondergoed zetten….

We verlaten het vulkanisch merengebied door de bergen op weg naar Nairobi. Het is niet druk op de weg. We rijden door het eerste stadje langs een nieuw aangelegd marktpleintje met betonklinkers zoals we ze goed kennen.

En dan de bergen in. Alhoewel het zondag is, kruipen veel vrachtwagens traag omhoog langs de bergkam. We naderen Nairobi in de mist via de “autostrade”.

Op de parking van een shoppingcenter in Nairobi, staat John ons al terug op te wachten en zal Peter ons nu overlaten in de goede handen van John, Chege en Michael, we zijn er gerust in.

We maken van het shoppingcenter gebruik om de toiletten op te zoeken.

Katrien VDB en Roland vinden blijkbaar de uitgang niet meer terug, we zijn ze “kwijt”. Leo en Moetje gaan samen zoeken en zelfs zij keren ook niet meer terug….  Wat moeten de “achterblijvers” hier nu van denken?  Peter gaat ze zoeken en wat later verschijnen ze alle vijf in de grote ingang met een zak bananen? Neen, chips!

Peter zwaait ons uit en wij zetten ons op weg naar Amboseli Park. Een maraboe op de Colgate-affiche begrijpt niet goed hoe hij zijn tanden moet poetsen. De straten in Nairobi kleuren vandaag oranje voor de manifestatie als steun voor de partij van “People’s president Kalonzo”, er wordt gedanst op straat, veel blij volk uitgedost in het oranje, veel bussen vol op weg naar Nairobi.

Hele drukke weg A109 richting Mombasa, zowat de drukste verkeersader van Kenya. Tot aan Athi River waar we afslaan richting Namanga op de A104. We rijden afwisselend op goede stukken weg en verschrikkelijke stukken. De Keniaanse drukke bebouwde kom maakt stilaan plaats voor landbouwgebied en uitgestrekte vlaktes. En nu en dan passeren we een dorp, waar de bumps ons bijna doen stoppen om erover te geraken.

We zien de eerste mensen verschijnen in traditionele masaïkleren met stok.

En de wagens krijgen dorst, er moet getankt worden, maar tweede station is uitgeput, dan maar terug naar het eerste, toilet is daar gesloten, we moeten de sleutel vragen en dan zullen we wel weten waarom…. Ik ga alleen eens kijken…

Michael koopt snoepjes en deelt uit. Een caramelle!

Onderweg verschijnen ook de termietenheuvels in het droge landschap. Het wordt minder groen en veel stoffiger. Zelfs onze auto valt een momentje stil, en dan terug op weg. Geen erg?

We bereiken Namanga, een stadje aan de grensovergang met Tanzania, waar we nog een toiletstop nemen bij een artisanaatshop. Een African Green Pigeon waakt over de parking. Hij zit zelfs te broeden!

We hebben er geen benul van wat er ons nog te wachten staat….

We nemen vlak voor de grens met Tanzania de afslag over de parking van een benzinestation, over een slechte verharde aardeweg en rijden Namanga uit. Er volgt een uitdagende rit over een ribbelweg, we rijden soms gewoon naast de weg wat lager om de ribbels te vermijden. Het wordt onmogelijk om nog te babbelen met elkaar. Het geheel wordt afgewisseld met een zandbakweg over een uitgedroogd meer, waar de fata morgana’s er voor zorgen dat struisvogels en girafes geen poten hebben. Een prachtig weids zicht, rechts in de verte wat groen, links de beboste hellingen, voor, achter en naast ons alleen maar zand en stenen. Bij de ingang van het park Amboseli, wachten we een tijdje op John, die de formaliteiten moet geregeld krijgen, en worden we begroet door masaïvrouwen om hun sieraden te verkopen.

Hoe langer het duurt, hoe meer er van de prijs afgaat. Katrien VDB koopt een houten stok met een mes erin. En Johan wordt omgedoopt tot Father.

We zijn blij “gered” te zijn door John.

Onderweg zien we de eerste echte kleine masaïkralen met families, kuddes en herder erbij.

Na vele stoffige kilometers en stijlvol gemetselde wegwijzers en bumps natuurlijk en enkele gepasseerde lodges (waar is de onzen?) hebben we er ons bij neergelegd dat er gewoon weg geen einde aan deze rit zal komen…..

Maar we worden beloond voor deze uitputtende rit : Na cattlegrid (zo noemen ze dat in Engeland) en door de metalen draden onder de “poort”, rijden we Kibo Kamp binnen met zicht op de Kilimanjaro, die zijn dekentje over zich heen getrokken heeft. De vriendelijke mensen schenken ons een oranje limonade (of is dit fruitsap?) in, het doet deugd, we zijn wat van de kaart… we hebben de rit nog in ons lijf….

We krijgen onze tenten toegewezen en we worden snel verwacht in de grote tent om te eten, een uitgebreid buffet, aan twee tafels, we willen voor de volgende maaltijd een grote tafel en de ober zal dat regelen voor ons.

Ik leer genieten van een lauwe dunne douchestraal. Maar ik hoor Nederlanders terwijl ik onder de douche sta. Hier Nederlanders? Ja, natuurlijk, het is een “camping”! Maar de caravan is deze keer niet mee.

En intussen komen de mensen van het kamp de bidon water op de toren achter onze tent terug vullen. Zou die dat gezien hebben dat ik gedoucht heb?  

Zes mensen onder ons hebben nog de moed om terug in de auto van John te stappen om een eerste echte safari. Ik zie dit niet zitten, ik wil eerst de helse rit wat kunnen verteren, ik heb er genoeg van voor vandaag en we hebben nog twee dagen te gaan in Kibo kamp. Frieda kiest voor de nodige rust op haar bed en ik maak intussen een deugddoend plonsje in het frisse zwembad samen met Josiane en Marian met zicht op de Kilimanjaro, die rustig van onder zijn dekentje te voorschijn komt.

Kan het nog onwezelijker? Kilometers halve woestijn en dan het zwembad in tussen de masaïkuddes met zicht op het dak van Afrika?  

Na de plons en het drogen doe ik een wandelingetje in het kamp tussen een vijftigtal tenten. Aan de rand vind ik een stookplaats waar ze twee grote vaten water proberen op te warmen met sprokkelhout. Ze tappen er van af in bidons en met de kruiwagens gaan ze de zwarte tonnen boven onze tenten vullen met warm water. Absurd.

Naast de stookplaats ligt een vuilnisbelt in een grote put en drie grote vogels (help, ik weet welke?) die zich te goed doen aan het afval. Ik ben er niet goe van… Wat doen wij hier eigenlijk?

Verder achter een groene platen wand loer ik in het deurgat naar binnen, en dat blijkt de “wasserette” te zijn. Vele groene handdoeken hangen te drogen aan touwen, een deel is op de grond gewaaid.  En dan passeer ik nog kleine ronde platen hutjes, voor de inwonende staff denk ik.

Ik vind het allemaal vreemd en moeilijk en ik denk er het mijne van….

De zes dapperen onder ons komen terug “thuis” en hebben naar hun eigen zeggen niet veel gezien. Later zal blijken dat ze wel veel gezien hebben en onder elkaar “afgesproken” hadden het niet te zeggen aan de thuisblijvers. Maar sommigen konden hun mond niet houden…. 

Het avondmaal was lekker, de Tusker nog heerlijker dan anders.

En bij het kampvuur krijgen we nog een briefing door Michael en een interessante astronomische uitleg van Philippe over de uitzonderlijke prachtige sterrenhemel.

Het maakt voor mij veel goed.

Vroeg het bed in, want vroeg uit de veren morgen, we kiezen voor een vroege ochtend safari, dan platte rust tijdens het warmste van de dag en dan nog een late namiddagtocht.

Dit allemaal volledig vrijblijvend. Maar ik ga nu toch meegaan.

Katrien Vanneste

Achtste dag: 15/10/2007

Na overleg met Michael hebben we besloten om vandaag eens een ochtend- en avondsafari te houden.

Een ochtendsafari betekent dat we een “game drive” doen nog voor het ontbijt.  Hiervoor staan we reeds paraat om 6u30 met enkel een kop koffie of thee achter de kiezen.

We verdelen ons over 2 busjes: eentje voor de vogelaars met Chege als chauffeur, met Michael ernaast en achteraan Ria, Marian, Johan en Philippe.  De rest rijdt mee met John.

Het vogelaarsbusje vordert wat langzamer omdat we hier vooral focussen op de vogels, met o.a. jonge vechtarend, afrikaanse dwergvalk, treurtortel, blauwnekmuisvogel, d’Arnauds baardvogel en Taita klauwier.  Ook zien we een geelsnavelossenpikker bezig met de neusverzorging van een buffel.  Daarnaast kunnen we ook 2 koppels grootoorvosjes (bat-eared fox) bewonderen.

Het andere busje rijdt vlugger door naar het moeras waar ze in de omgeving rovers zien als leeuw, gevlekte hyena en zadeljakhals.

Tussen de safaribusjes door, steekt een grote groep Amboseli-olifanten (met de grote slagtanden) de weg over.  Op de terugweg zien, de twee busjes samen, drie jachtluipaarden (cheetahs) die even de rust verstoren van een groep grazende gnoes.

Merk op dat we voor de eerste maal de Kilimanjaro kunnen bewonderen zonder wolken ervoor!

De pret is echter vlug voorbij, want om 8u45 zijn we terug in het Kibo tentenkamp voor een stevig ontbijt met o.m. omelet en toast.

Weet je dat Kibo de naam is van de grootste en hoogste krateropening op de Kilimanjaro?  De kleinere die we links kunnen zien heet Mawensi.

 

Terwijl sommigen zich verpozen aan het zwembad, gidst Michael ons om 10u30 rond in het kamp op zoek naar vogels.  Ons is in dit geval: de twee Katriens, Ria, Johan, Philippe, maar ook John en Chege.  We moeten met de stijgende hitte vooral zoeken in de schaduw van de acacia’s.  In één acacia vinden we bvb Black-necked weaver, Brubru en Banded Parisoma (denk aan je oma in Parijs;-).

We nemen ruimschoots de tijd om rustig te lunchen (van 13u tot 14u45) waarbij o.a. familieverhalen van Ria en Frie aan bod komen.  ( Trauma’s van trouwma’s?)  Ook krijgt Marjan bezoek van de huispoes.  Deze heet Manyatta, wat Masaihuis betekent.

Om 15u30 start dan de avondsafari tot 18u45.  Nu rijden we rond het centrale moerasgebied waarbij we ook oog hebben voor moerasvogels zoals de langteenkievit die foerageert vlak naast een olifant die zich tegoed doet aan het malse gras van het moeras.  Onze eerste trap van de reis krijgen we te zien: de White-bellied bustard (Senegaltrap).  Wat verderop stoppen we bij een mooie groep olifanten die poseren in het avondlicht met de Kilimanjaro op de achtergrond, onvergetelijk!  We zien terug jachtluipaarden, ook zadeljakhals en nieuw voor mij: bohor reedbuck.  De mannetjes hebben voorwaarts gekromde hoorns.  Ze leven vooral in vochtige graslanden.

We stoppen nog even voor de zonsondergang over de savanne en eindigen de avondsafari in het donker, maar hierdoor krijgen we ook de Verreaux’s Eagle Owl (Verreaux oehoe) te zien.

Vóór het avondmaal om 20u gaat nog een enveloppe van tent naar tent waarin we onze fooi voor Michael en de drivers deponeren.

Moe maar tevreden kruipt iedereen vroeg onder het muskietennet om de volgende morgen weer paraat te staan voor de volgende safari’s.

 

Philippe Deprez

Negende dag: 16/10/2007

6uur. Ontbijt en start van de game drive.

Vlak voorbij de ingang van het kamp loopt een groep bavianen in het struikgewas. Een gazelle staat bewegingloos vooruit te staren. Volgens John ruikt ze de geur van een ‘kat’. Inderdaad een vijfhonderd meter verder ligt een leeuwin te rusten bij een dode gnoe. Haar kop is rood van het bloed. De gnoe moet pas gedood zijn. Een jakhals zit te eten aan de resten van het dier.

7uur 35. Een viertal kroonkraanvogels paradeert hier voorbij. Een oude olifant loopt hier eenzaam over de vlakte. Een indrukwekkend exemplaar. Olifanten blijven groeien, vandaar dat de oudste olifanten ook de grootste zijn, zegt John.

8uur. Een troep hyena’s en jakhalzen zijn bezig een gedood dier te verscheuren. Een van hen loopt weg met een groot stuk vlees. Een zwangere hyena verlaat het toneel en loopt weg. Ik blijf haar volgen met de verrekijker, want het dier heeft een geweldig uithoudingsvermogen. Hij blijft maar doorlopen zonder rusten kilometers aan een stuk.

8uur 25. Een grote groep olifanten en zebra’s bij het moeras. Verderop negen nijlpaarden in het water. Op een afstand van ongeveer vijfhonderd meter twee leeuwen, een leeuw en een leeuwin. Normaal zijn er een viertal leeuwinnen en een leeuw. John legt uit dat de overige leeuwinnen zich afzonderen wanneer de leeuw wil paren. Discrete dieren, dat wel. Hun paargedrag is ook niet sober te noemen. Ze zouden op een dag wel vijftien keer paren. De reden volgens John is dat de leeuw niet vaak penetreert. Hoe zouden de kenners dat vaststellen? Prangende vraag.

9 uur 20. File tijdens de game drive, want ook toeristen doen mee aan de struggle for life die in dit dierenrijk heerst. Wie geraakt het dichtst bij de troep olifanten waarin een baby–olifantje meeloopt?

De olifantenpopulatie in Amboseli moet erg groot zijn.  Geregeld zien we ze voorbijtrekken in kleine groepen, of ze nemen een bad in het moeras.  Volgens John zijn er te veel olifanten in het park.  Geregeld worden een aantal dieren overgeplaatst naar andere plaatsen in Kenya.  Het gaat soms wel over honderd dieren.  Dat gebeurt langs de weg.  Hoe dat via deze erbarmelijke wegen moet gebeuren is voor mij toch een raadsen.

9uur 45. Nu eens geen eenzame struisvogel maar een hele groep die op de grond zit uit te rusten. Een troep buffels. Deze buffelsoort is groter dan de Aziatische buffels, die gedomesticeerd kunnen worden. Men gebruikt ze namelijk voor het ploegen en ook voor hun melk.

10uur 10. Een panoramisch uitzicht over een deel van het Amboseli-park van op een vulkanische heuveltop. Een prachtig vergezicht, rijk aan kleuren, - groenen, oker, bruin, blauw. En wat een mooi licht! Onder ons in het moeras graast een nijlpaard.

11uur. Een troep olifanten dwarst de weg en daalt af naar het moeras. Een jong wordt door haar moeder met haar slurf in het water geduwd. Een ander jong houdt zich vast aan de staart van een grote olifant. De dieren bewegen zich behoedzaam naar het moeras. John vraagt om niet luid te praten want hoe traag en loom die dieren ook bewegen en hoe goedig ze er ook uitzien, zij kunnen soms erg agressief worden en wij staan tamelijk dicht bij de dieren. Een grote olifant blijft aarzelen, de helling is immers te steil en komt in de richting van de toeristen op zoek naar een betere plaats. Geduld dus ...

11uur 45. Boven op een afgebroken boomstam zit een gier op de uitkijk.

13uur. Middagmaal en siësta tot 16 uur. Wat is nu het verschil tussen impala’s, Grant- en Thomsongazellen? Ik herken de impala’s door de vorm van hun hoornen maar ik geef het op voor de anderen. En dan zijn er nog die hele kleintjes, de dikdiks.

16uur 15. Een grote groep struisvogels, wel een twintigtal, enkele giraffen en een kudde spiesbokken. Een meute gieren pikken aan het karkas van de gnoe die deze morgen door een leeuw gedood werd. Onze gids ziet dat er wel drie soorten gieren bij het kadaver zitten, en ieder probeert elkaar een stuk af te snoepen.

17uur. Twee jakhalzen draaien rond een enkele impala, zonder resultaat.

17uur 20. Links van ons slapen vier leeuwinnen tegen de graskant. Net poezen. Het mannetje zit verborgen in het gras. Volgens John leven er 7 leeuwenfamilies in Amboseli met gemiddeld 5 dieren. Er zijn leeuwen bij die geen lange manen hebben. Het zijn ‘maneaters’ omdat ze indertijd berucht waren voor het doden van mensen die werkten aan de spoorweg van Mombassa tot Kisumu bij het Victoria meer.

Een leeuw gaat niet driest te werk.  Hij nadert langzaam naar het water wanneer hij dorst heeft.  De andere dieren wijken voor hem terug en hij krijgt zo de gelegenheid om te drinken.  Want hij zou gevaar lopen door een menigte gnoes of andere dieren vertrapt te worden indien hij snel zou rennen.

17uur 45. Een gazelle spurt achter een andere gazelle aan. Onvoorstelbaar snel zijn die beesten. We krijgen wat achtergrond informatie voor dit gedrag. Blijkbaar gaat het om een jaloerse rivaal die afgewezen is en het er zo niet bij wil laten.

Drie kleine kudden olifanten komen van uit verschillende richtingen naar elkaar toe en voegen zich samen tot een grote groep. Ze zijn nu met meer dan veertig. Blijkbaar verzamelen de dieren zich tegen valavond om te gaan slapen. Morgen gaan ze weer uiteen en volgen terug hun eigen weg op zoek naar voedsel. John beschrijft het dagelijks ritueel van deze dieren. Ze worden wakker, beginnen te eten, nemen rust, nemen een bad, trekken ten slotte naar hun slaapplaats. Hij wordt er filosofisch bij. “Is het een goed leven. Is het een slecht leven, vraagt hij zich af. Ik weet het niet.”, antwoordt hij voor zichzelf.

18uur 10. Vlak voor ons dwarst een leeuwin de weg. Ze verjaagt de gieren die we daarnet bij het kadaver van de gnoe hebben gezien. De vogels nemen met zijn allen de wijk naar een paar dichtbij zijnde bomen. Twee jonge arenduilen kijken met grote doordringende ogen naar ons. Prachtige beestjes!

Valavond! Een prachtige lucht.

Leo Vaneven

Tiende dag: 17/10/2007

En als laatste ben ik de hekkensluitster van ons avontuur in Kenya.

Wakker worden in het Kibokamp is een heerlijke ervaring met de Kilmanjaro zo vlak voor onze neus… maar ditmaal hadden zowel Katrien als ikzelf ons overslapen. Zouden we gevoeld hebben dat het onze laatste dag was?? Gelukkig kwam Frie langs. Ook de hoogste berg van Afrika lag nog te slapen onder een wolkendeken.

Om 6uur 30 was het aanschuiven voor het dagelijkse ontbijtbuffet. Er werd een laatste foto genomen van onze groep en begeleiders, Michael, John en Chege en dan instappen in onze 2 busjes voor onze terugreis naar Nairobi… wat een helse tocht, net zo erg als de heenreis… nog een laatste paar foto’s van enkele gnoe’s door Johan en Roland. We werden zowel gewiegd als dooreengeschud op de hobbelige weg vol putten,keien,zand …soms was het zelfs beter om naast de weg te rijden..zeker geen weg om s’nachts rond te toeren. We bereikten tenslotte opgelucht de grenspost met Tanzania: Namanga. We hielden halt bij dezelfde Curioshop als de heenreis voor een natje en een droogje. Onze laatste shillings werden geruild voor Afrikaanse souvenirs. De groene Afrikaanse duif zat nog steeds rustig te broeden op een tak van de Terminaliaboom. Komt ze dan nooit van dat nest???

Om 10 uur rijden we naar Nairobi, afstand 166 km waar we aankomen rond 13uur 30. In Nairobi komen we terug in de hectische wereld van auto-en vrachtverkeer, files, lawaai, drukte.. een voorbereiding van wat ons terug thuis te wachten staat.

Peter stond voor het Jacarandahotel in het centrum van de stad. We kregen per twee een luxueuse hotelkamer in afwachting van ons vertrek naar de vlieghaven. Na het verfrissend welkomsdrankje, werd onze bagage naar de kamer gebracht. We konden terug aanschuiven bij een uitgebreid buffet opgeluisterd met Afrikaanse, ritmische muziek, kwestie van nog wat langer in de stemming te blijven. In de boekhandel heb ik nog een laatste vogelboek gekocht terwijl mijn kamergenote haar best deed om al het stof van de reis af te wassen.. volgens haar had ze nog nooit zo genoten van een zalig badje!!.

Om 17 uur vertrokken we richting luchthaven om op tijd te zijn voor het inchecken voor ons vliegtuig lijn SN 814. Het voorziene vertrekuur was 8u55 met een tussenlanding in Entebbe. We namen met spijt afscheid van Peter, chauffeurs en gids en reisgenote Katrien die nog een tijdje langer in Kenya bleef en samen met Michael van plan was om nog naar het noorden en de Masai Mara te gaan… wat benijd ik hen!!.   Frie en Leo kochten nog een heel mooi tapijt in de tax free shop van de luchthaven..en  ik nog een paar kaartjes van cheetahs voor mijn zus.

Na een slapeloze nacht, landde het vliegtuig twintig minuten te vroeg op bekende bodem. Na het afhalen van de bagage en de afscheidszoenen trok iedereen met de trein huiswaarts. In Lichtervelde stond de mama van Katrien en Marian ons op te wachten en ik werd aan huis moe maar tevreden “afgeleverd”.

Met dank aan alle medereizigers en genieters.

Speciaal dank ook aan Peter en zijn team in Kenya.

Dank ook aan Johan Hanssens voor het maken van de fotoreportage.

Ik hoop dat ik nog eenmaal kan terugkeren….hoe dikwijls heb ik dit reeds herhaald???… want een stuk van mijn hart blijft in Kenya, de oorsprong van ons mensdom…ik blijf verbonden met het dierenrijk… en ik zou het safariverhaal willen afsluiten met de mooie zin van Leo….

Kenya a place that dreams are made of

Ria Wyffels